Jolly Cosmology: Reflecties op een psychedelische reis

Een essay

Leestijd: 17 minuten

Boekomslag (deel) van Penguin House-editie van The Psychedelic Experience van Timothy Leary, Ralph Metzner en Richard Alpert (Ram Dass).

“Heb je het licht gezien?”
“Absoluut!”
“En?”
“Het klonk wit, zag eruit als f-majeur, smaakte rond, voelde bitter en rook kronkelig.”

 

De Wijsheid van Nonsens

In eerste instantie klinkt een dergelijke zintuiglijke vermenging als nonsens. We kunnen immers geen vormen ruiken, kleuren horen of geluiden zien. Toch?

Jawel, dat kunnen we! Want dat is precies wat het universum is: kleurrijk en kronkelig. Een voortdurend veranderend schimmenspel, zonder vaste grond onder je voeten.

We noemen het ‘nonsens’ omdat ons ego wanhopig behoefte heeft aan houvast. Als iets niet verklaarbaar is, kan het volgens de logica van het ego niet bestaan. En zodra we iets of iemand hebben gedefinieerd, kan dat niet meer in iets anders veranderen. Dat zou volledig afwijken van ons beeld van hoe de wereld zou moeten zijn. Daarom zijn gebeurtenissen als ziekte, ouderdom, echtscheiding en dood zo ontregelend.

Hoe sterker we ons dus vastklampen aan ons wereldbeeld, des te meer we lijden wanneer de wereld daaraan niet beantwoordt. En hoe sterker we vasthouden aan een bepaald beeld van onszelf, des te meer we lijden als onze gedachten, woorden of daden daarvan afwijken.

Meerdere Werkelijkheidsniveaus

Als kind worden we gevormd door onze cultuur. Onze ouders, leraren en leeftijdsgenoten vertellen ons wie we zijn door ons hun eigen normen en waarden – en die van de samenleving – op te leggen. De meesten van ons nemen dit verhaal voor waar aan en houden er het hele leven star aan vast. We leren onszelf aan dat ons beeld van onszelf en de wereld de absolute waarheid is. Daarmee sluiten we onszelf af van de delen van ons brein die "indexkaarten bevatten voor miljarden beelden (zintuiglijke waarnemingen, red.) uit onze eigen geschiedenis, die van de mensheid en die van levende wezens".[1] In feite sluiten we onszelf af van het grootste deel van de werkelijkheid. We leren onszelf om alleen te zien wat we willen zien, in plaats van wat er werkelijk is.

Psychedelica zoals psilocybine, mescaline en LSD, kunnen bijvoorbeeld worden beschouwd als sleutels om de deuren van onze waarneming te openen – zoals Aldous Huxley treffend de titel “The Doors of Perception” koos voor het boek over zijn eigen psychedelische reis: "Het leek me altijd mogelijk dat ik, bijvoorbeeld door hypnose of autohypnose, door middel van systematische meditatie of door het innemen van het juiste middel, mijn normale bewustzijnstoestand zo zou kunnen veranderen dat ik van binnenuit zou kunnen begrijpen waar de visionair, het medium en zelfs de mysticus het over hadden."[2]

Ik herken me volledig in de drang om verder te kijken dan ons dagelijkse bewustzijn. Want ook ik heb lange tijd geloofd in het verhaal over Erik en wie hij zou moeten zijn. Een gevolg daarvan was dat mijn ex-vrouw en ik star vasthielden aan ons huwelijk, ook al wisten we intuïtief allebei dat het voorbij was. De laatste jaren samen werden gekenmerkt door hevige ruzies; we stonden tegenover elkaar, smeten met verwijten, beschuldigden elkaar en schreeuwden over en weer. Toch herinner ik me – telkens als dat gebeurde – heel levendig hoe graag ik wilde dat het niet zou gebeuren. Waarom gebeurde het dan toch? Als ik niet wilde schreeuwen tegen iemand van wie ik nog steeds zielsveel hield, en het toch gebeurde, wie was er dan aan het schreeuwen?

Tegelijkertijd raakte ik al snel geïnteresseerd in psychologie, religie, mythologie en de sociale wetenschappen; kortom, alles wat op de een of andere manier te maken had met het menselijk denken, voelen en handelen. In die jaren werd ik sterk beïnvloed door Alan Watts. Ik deelde zijn visie op de vreugde van discipline, ofwel vaardigheid: "Zonder vaardigheid is het leven een sleur. Pas als je ergens vaardig in bent, kan het uitvoeren van die activiteit een enorme bron van vreugde worden."

Watts richtte deze boodschap vooral op de hippies die in de jaren zestig psychedelica gebruikten om 'aan te haken, af te stemmen en uit te stappen' (*turning on, tuning in, and dropping out*)[3]. Volgens Watts begonnen de meesten van hen onvoorbereid aan deze psychedelische reizen. Daardoor gingen de waardevolle lessen die men (vooral over zichzelf) uit zo'n reis kan halen, verloren. Voor velen draaide het erom 'high' te worden en dat zo lang mogelijk te blijven. Maar, zoals Ram Dass later ontdekte: "het gaat er niet om high te worden (waarbij je onvermijdelijk altijd weer omlaag moet komen), maar om vrij te worden."

Hoe meer Hindoeïstische, Boeddhistische en Taoïstische geschriften ik vervolgens las, des te meer ik besefte dat wij als mensen tegelijkertijd op meerdere werkelijkheidsniveaus leven. En dat onze onwetendheid daarover veel lijden veroorzaakt, omdat we niet in staat zijn mee te bewegen met de continue beweging die het leven is.

Ik had al eerder ervaringen opgedaan met magische truffels. Dat was echter lang voordat ik me verdiepte in anatomie, fysiologie, psychologie en mezelf. Ik was toen een van de onvoorbereide hippies die vooral op zoek was naar afleiding en een leuke ervaring. Gelukkig vormden mijn studie en ervaringen van de afgelopen veertien jaar een stevige basis om van mijn volgende psychedelische reis een ware ontdekkingstocht en inwijding te maken: een bewuste ervaring van andere werkelijkheidsniveaus dan degene die we maar al te goed kennen.

Voorbereiding op de Reis

Een grondige voorbereiding, in combinatie met een getrainde begeleider en een veilige reisomgeving, is van cruciaal belang voor een leerzame en inzichtrijke psychedelische reis. Bovendien: wanneer de leerling er klaar voor is, verschijnt de leraar.

Zo ontmoette ik ongeveer een maand geleden bij toeval een dame tijdens een ecstatic dance-evenement. Zij bleek psychedelische reizen te begeleiden en woonde in een dorp vlak bij het mijne. Aangezien ik van plan was mijn volgende psychedelische reis onder begeleiding van een getraind persoon te maken, werd er al snel een datum geprikt voor een psilocybine-ervaring.

Ter voorbereiding bestudeerde ik vervolgens uitvoerig het boek The Psychedelic Experience.[1] Dit is een handleiding om een ​​ontdekkingsreiziger door een psychedelische reis heen te gidsen, gebaseerd op een herinterpretatie van de Bardo Thödol (het Tibetaanse Dodenboek) in de context van chemische bewustzijnsverruiming. Het biedt een treffend overzicht van de uiteenlopende ervaringen die men kan tegenkomen, gebaseerd op de drie bardo's uit de Bardo Thödol. Deze bardo's vertegenwoordigen de fasen van een psychedelische reis: van de initiële periode van ego-verlies (eerste bardo), via de periode van hallucinaties (tweede bardo), tot de periode van terugkeer (naar het normale, alledaagse bewustzijn; derde bardo).

Het mooie van deze handleiding is dat ze gebaseerd is op talloze experimenten die de auteurs met psychedelica op zichzelf en anderen hebben uitgevoerd. Timothy Leary, Ralph Metzner en Richard Alpert (Ram Dass) brachten niet alleen de extatische toestanden in kaart (de vredige godheden uit de Bardo Thödol), maar ook de angstaanjagende toestanden (de toornige godheden) die men kan ervaren. Ze ontdekten dat deze angstaanjagende toestanden zonder uitzondering ontstonden door weerstand bij de ontdekkingsreiziger (oftewel diens ego) tegen datgene wat hij of zij waarnam.

Hoe sterker de neiging tot controle en oordelen in iemands persoonlijkheid, des te moeilijker het is om waarnemingen te omarmen die zich niet laten beheersen. Daarom bevat de handleiding tal van aanwijzingen om te herkennen wanneer iemand een 'bad trip' doormaakt, evenals methoden voor de begeleider om de psychedelische reiziger weer op het juiste spoor te helpen.

Dat gezegd hebbende, wordt ook erkend dat zelfs een 'bad trip' waardevolle lessen voor de ontdekkingsreiziger kan bevatten. Elke waarneming tijdens een psychedelische reis is immers een product van het eigen brein. Een 'bad trip' kan dus wijzen op een zekere mate van starheid – een onvermogen om los te laten – die zich hoogstwaarschijnlijk ook weerspiegelt in bepaalde levensgebieden van de reiziger. Als ik in de jaren voorafgaand aan mijn scheiding een psychedelische reis had gemaakt, was de kans groot geweest dat ook dat op een 'bad trip' zou zijn uitgelopen.

Ervaringen tijdens de Reis

Een lineaire beschrijving van de ervaringen tijdens deze reis blijkt volstrekt onmogelijk. Dat komt doordat er, zodra het truffelmedicijn begint te werken, vrijwel direct een bevrijding optreedt van de grenzen van tijd en ruimte. Daarom zal ik de meest memorabele ervaringen en inzichten opsommen in een volgorde die misschien wat willekeurig aandoet. Dit is echter precies de volgorde van het universum, dat zich in meerdere richtingen tegelijk beweegt. Alles gebeurt altijd tegelijkertijd – een concept dat ons lineaire verstand doorgaans niet kan bevatten.

Bevrijd raken van het ego betekend dat er slechts puur waarnemen is. Je begeeft je volledig in het huidige moment waarbij alle concepten, dus ook die van tijd en ruimte, geen rol meer spelen. Het is alsof ze nooit hebben bestaan. Voor die delen van mijn brein die de eerder genoemde 'indexkaarten' over al het organische leven bevatten, voelde dit als thuiskomen.

De reis begon in mijn gebruikelijke meditatiehouding: in kleermakerszit, met gesloten ogen en mijn handen gevouwen in mijn schoot. Ik was vastbesloten om elke waarneming die het medicijn zou bieden, gelijkmoedig te verwelkomen: goed of slecht, mooi of lelijk, zaligmakend of afschuwelijk. De wetenschap dat mijn brein – en niets anders – dit alles opriepen, gaf me het diepe besef dat alles wat zich zou aandienen, waardevol en belangrijk zou zijn voor mijn persoonlijke ontwikkeling.

Al snel bleek mijn gewaarzijn van fysieke sensaties met het moment toe te nemen. In het begin had ik lichte hoofdpijn; dit schreef ik toe aan mijn ego, dat zich nog enigszins ongemakkelijk voelde bij het hele experiment (het wilde immers niet sterven). Maar toen maakte een aangename zwaarte zich langzaam meester van mijn lichaam; het voelde als een warme, zware, beschermende deken. Al snel was de hoofdpijn verdwenen. Of althans: er was geen 'ik' meer die het als een probleem beschouwde.

Een pijnlijke heup werd door dat 'ik' echter wél als een probleem gezien. Ik herinner me de vage gedachte dat elke fysieke beweging als een 'nederlaag' zou worden beschouwd. Maar toen ik mijn knieën optrok en ze met mijn armen omvatte, veranderde die gedachte al snel in celachtige formaties die vrijwel direct begonnen te stromen.

Ik ving een glimp op van mijn begeleider, die rustig in meditatiehouding zat. Toen ik mijn onvermogen om in dezelfde houding te blijven daarmee vergeleek, kwam er opnieuw een oordelende gedachte in me op. Toch veranderde ook dat, net als het vorige, al snel in wat ik alleen maar kan omschrijven als voortdurend vloeiende, abstracte, op DNA lijkende strengen en mandala-achtige figuren – in de meest fascinerende kleurenschema's die je je maar kunt voorstellen.

Hoe lang ik ben blijven zitten, weet ik niet. Maar op een gegeven moment ontstond er een onweerstaanbare drang om te gaan liggen op het matras dat mijn begeleider voor me had klaargelegd. Dat was niet mijn bedoeling geweest, omdat ik tijdens de voorbereiding onbewust het ontwakingsproces van de Boeddha als voorbeeld had genomen.

Hij had zich voorgenomen om onder de Bodhiboom in dezelfde houding te blijven zitten totdat hij verlichting zou bereiken, in het volle besef dat alle demonen, vijanden, pijn, ongemakken en verleidsters die Māra (de God van de Dood) op hem afstuurde, voortkwamen uit de diepten van zijn eigen geest. Ik, daarentegen, gaf toe aan de pijn in mijn heup en ging op het matras liggen. Op dat specifieke moment was er dus nog genoeg ego over om een ​​oordeel te hebben over de pijn en mijn lichaam te dwingen van houding te veranderen.

Ik besef dat het nogal pretentieus klinkt om mezelf te vergelijken met een wezen als de Boeddha – of eigenlijk met welk ander wezen dan ook. Gelukkig was er, noch op dat moment, noch na de reis, sprake van een negatief oordeel over het feit dat ik van houding veranderde. Voor mij is dat een enorme stap in de ontwikkeling van oprechte zelfliefde en zelfzorg: ik sta mezelf toe het pad te bewandelen van het lichaam en de geest die ik op dit moment bewoon (wat uiteindelijk natuurlijk het enige pad is dat ik kan bewandelen).

Nog iets over de setting van de reis. Het was een prachtige dag in het begin van september. Mijn begeleider woont op een schitterende plek die grenst aan een magisch bos. De zon was volop aanwezig en er stond veel wind, die mijn huid streelde als een zijden sjaal.

Een van de effecten van psilocybine is dat onze zintuigen veel gevoeliger worden dan tijdens het normale, alledaagse bewustzijn. De wind versmolt met mijn ademhaling en samen werden we de levensadem. De warmte van de zon versmolt met de warmte in mijn hart en samen werden we de levensbron. En dit alles viel perfect samen met het ongelooflijke, caleidoscopische samenspel van vormen en kleuren dat zich vlak voor mijn gesloten ogen afspeelde.

Ik besefte dat ik, volgens The Psychedelic Experience, in de Tweede Bardo[4] was beland, omdat ik ‘verstrikt was geraakt in een eindeloze stroom van gekleurde vormen, microbiologische gedaanten, cellulaire acrobatiek, capillaire wervelingen. De cortex is afgestemd op moleculaire processen die volkomen nieuw en vreemd zijn: een Niagara van abstracte patronen (en grenzeloze kleurvariaties – red.); de levensstroom die maar blijft stromen’[1].

De kleuren waren heel licht en helder; duizend tinten geel die overgingen in duizend tinten oranje, in duizend tinten rood, in duizend tinten groen, in duizend tinten blauw – eindeloos veranderend, veranderend…

…totdat ik moest niezen.

Want toen ik mijn ogen dichtkneep op het moment van de nies, en de vormen in hetzelfde tempo hun eindeloze, in elkaar overvloeiende dans bleven uitvoeren, veranderden de kleuren plotseling in diep, donkerpaars – bijna zwart. Fascinerend om te zien hoe abstracte vormen zo abrupt van kleur veranderden.

Vanaf dat moment dreven nieuwsgierigheid en een kinderlijke verwondering mijn handen over mijn (nog steeds gesloten) ogen om te ontdekken wat er zou gebeuren. En ja hoor, opnieuw veranderde het kleurenpalet drastisch bij de absentie van licht. Abstracte vormen veranderden in sterrenformaties en nevels. Het universele medische symbool verscheen: twee slangen die zich om een ​​staf kronkelen. Ze transformeerden tot het hoofd van de gorgon Medusa. Maar wel een goedaardige, vermoed ik, want we lachten alsof we oude vrienden waren.

Er doken andere monsters op, maar geen daarvan was angstaanjagend. We hadden eigenlijk gruwelijk veel plezier.

Mijn volgende nieuwsgierigheid was om te ontdekken wat er zou gebeuren als ik mijn handen langzaam van mijn gesloten ogen zou weghalen. Het was alsof het universum getuige was van zijn eigen dageraad. Alsof er een rudimentair zenuwstelsel bestond dat pas kort daarvoor een orgaan had ontwikkeld om licht op te vangen. Het voelde als het waarnemen van de allereerste zonsopgang. Of als het allereerste licht dat een baby vlak na de geboorte waarneemt.

Ik werd me ervan bewust dat de tastzin de enige van onze zintuigen is waarmee we ons eigen gezicht direct kunnen waarnemen. Dus begonnen mijn handen langzaam mijn gezicht te verkennen. Ze verwonderden zich over het voelen van mijn baard; elke haar stuurde tintelingen door mijn vingers en wangen. Toen stuitten mijn vingers op een vreemd uitsteeksel midden in mijn gezicht. Het had aan de ene kant een helling en aan de andere kant twee gaten waar voortdurend lucht in en uit stroomde. Merkwaardig genoeg kwam er warme lucht uit en ging er koele lucht in. En mijn haar voelde golvend aan, als zeeanemonen die langzaam heen en weer wiegden in de zeestroming.

Ik herinner me hoe buitengewoon ik mijn eigen gezicht en haar ervoer door ze aan te raken. Mijn oogleden voelden aan als fluwelen beschermkapjes voor die magische, lichtopvangende juwelen eronder. Ik moest hardop lachen toen ik ze voelde uitpuilen terwijl mijn ogen bewogen.

Lachen werd trouwens een terugkerend thema tijdens deze reis. Soms lachte ik uitbundig, puur om het plezier van het lachen zelf. Op andere momenten kwam het lachen voort uit een diep besef van de hachelijke situatie waarin wij mensen ons bevinden. Wat is een probleem immers anders dan weerstand tegen een bepaalde situatie zoals die nu eenmaal is? Wat is een probleem anders dan het onvermogen om te accepteren dat een situatie (of een persoon, of wijzelf) niet is zoals we hadden verwacht of gewild? Het heldere inzicht dat alles wat we een ‘probleem’ noemen eigenlijk mensenwerk is – en tegelijkertijd het besef dat we ook het vermogen hebben om dat weer ongedaan te maken – leidde tot enorme buien van vrolijk gelach. Dat werkte zowel bevrijdend als ontspannend.

Op een gegeven moment verschoof mijn aandacht van de visioenen en de verwondering over de aanraking van mijn gezicht naar een onweerstaanbare drang om mijn lichaam te bewegen. Zoals de visioenen eerder moeiteloos als een slang in elkaar overvloeiden, zo begon ook mijn lichaam te bewegen: als één grote, kronkelende beweging. Mijn armen, benen en wervelkolom maakten golfachtige bewegingen en ik was vervuld van verwondering en vreugde toen ik voelde hoe mijn lichaam zo bewoog. Bovendien kreeg ik visioenen te zien van elke spier op het moment dat deze zich samentrok. Spieren trilden en schokten – ruw of vloeiend, snel of langzaam – en ik kon letterlijk zien hoe de samentrekkingen mijn ledematen en wervelkolom in beweging brachten. Het ervaren van een volledig bewustzijn van het wonder van beweging in mijn eigen organisme was werkelijk adembenemend.

Dat gezegd hebbende, was ik me er terdege van bewust dat er nog steeds een 'ik' was die dit alles ervoer. Er was nog steeds een onderscheid tussen de waarnemer en het waargenomene. Maar er was een wezenlijk verschil tussen mijn bewustzijn onder invloed van het truffelmedicijn en mijn gewone, dagelijkse bewustzijn. Want in tegenstelling tot mijn normale bewustzijn, ontbraken tijdens deze reis persoonlijke verlangens volledig.

Mijn geest was vrij om te gaan waarheen het wilde. Mijn lichaam was vrij om te bewegen zoals het wilde. Er waren geen beperkingen, geen oordelen, geen doelen, geen schuldgevoel of schaamte. Mijn hele organisme was vrij om simpelweg te zijn, om vrij als een rivier naar de zee te stromen. Wat niet wil zeggen dat er geen momenten waren waarop mijn ego zich probeerde te laten horen.

Zo voelde ik op een gegeven moment, terwijl ik in extase de kronkelende bewegingen van mijn lichaam ervoer, dat mijn begeleider naast me zat. Zodra ik dat opmerkte, kwam mijn ego snel opzetten in de vorm van een verlangen om haar aan te raken. Maar omdat we het voor de reis al over fysieke aanraking hadden gehad (en over de mogelijkheid dat een psychedelische reiziger Universele Liefde projecteert als persoonlijke liefde op de begeleider of een medereiziger), werd me al snel duidelijk dat dit een van mijn innerlijke kinderen was die nog steeds op zoek was naar onvoorwaardelijke liefde in de buitenwereld. Ik trok mijn arm onmiddellijk terug en spreidde beide armen naar de hemel om mijn innerlijk kind te omhelzen, dat daar angstig en onwetend voor mij stond. Ik vertelde hem dat de enige plek waar werkelijke, onvoorwaardelijke liefde voor hem te vinden was, in mijzelf lag. Daarop ontspande zijn houding, verzachtte zijn gezichtsuitdrukking en smolten we samen toen hij mijn omhelzing aanvaardde.

Intuïtief wist ik dat dit een moment van heling was. Gezien mijn verleden van codependentie wist ik dat de kans bestond dat ik fysieke genegenheid bij mijn gids zou gaan zoeken; daarom hadden we dit vooraf besproken. Toen de behoefte van mijn innerlijk kind door mij werd erkend en de bron van de liefde die het zocht werd verlegd van de buitenwereld naar mijzelf, wist ik dat er weer een belangrijke stap op mijn pad was gezet.

Een andere vorm waarin mijn ego probeerde ‘in te breken’ op de reis, werd zichtbaar via de Egyptische katgodin Bastet.

Mijn gids heeft een zwarte kat die qua gezicht opvallend veel lijkt op de oude Egyptische katgodin. Fysiek oogde en voelde ze wat kwetsbaar aan, maar toen ze op mijn borst kwam liggen, straalde haar gezicht een oeroude wijsheid uit – zoals dat bij bepaalde wezens het geval is.

Er ontstond een speels samenspel: ik masseerde haar nek en rug, terwijl zij aan mijn vingers, handen, armen en kin likte, knabbelde en krabde. Ik genoot enorm van deze ervaring, vooral omdat er geen sprake was van een oordelend bewustzijn. Opnieuw was er enkel het ‘zijn’.

In feite waren we werkwoorden zonder zelfstandige naamwoorden.

Toch, nadat ze op mijn bovenbenen in slaap was gevallen, verlangde mijn ‘ik’ naar iets. Ik weet niet meer wat het was, maar het verlangen veroorzaakte onrust in mijn lichaam; ik wilde bewegen om te krijgen wat ‘ik’ dacht te willen hebben. Maar zodra die onrust opkwam, reageerde de kat direct. Omdat dit meermaals gebeurde terwijl ze op mijn benen sliep, fungeerde ze als een persoonlijke graadmeter voor mijn onrust. Ik moest lachen telkens wanneer ze protesteerde tegen weer zo’n ego-gedreven verlangen dat onrust in mijn lichaam teweegbracht; het liet zien hoe diep geworteld die verlangens nog steeds zijn.

Het is bekend dat inademing en uitademing – onze ademhalingsbewegingen – het basisritme en de dualistische aard van het leven weerspiegelen. Ze staan ​​voor eb en vloed, diastole en systole, in en uit, dag en nacht. En hoewel ze uitersten van elkaar lijken, zijn het slechts twee kanten van dezelfde medaille; ze laten zien dat de ene niet zonder de andere kan bestaan.

Ik had echter nog nooit ervaren hoe het is om daadwerkelijk eb en vloed te zijn. Toen ik me herinnerde hoe Leary en Alpert in The Psychedelic Experience schreven over ‘het broederschap van de ademhaling’, vroeg ik mijn gids – bij wijze van experiment – ​​of ze vlak naast mijn oor wilde ademen. Ze paste de ujjayi-ademhaling – of oceaanademhaling – toe, en zodra ze daarmee begon, veranderde mijn hele wezen in een enorme oceaangrot met grote rotsformaties vlak voor de opening. Enorme golven beukten hard tegen de rotsen, en op dat moment ontstond het besef dat ik in feite de fundamentele pulsatie van het leven zelf was. Niet zomaar een afzonderlijke entiteit die door het bestaan ​​doelloos heen en weer wordt geslingerd, maar het geheel. Bovendien besefte ik dat elke manifestatie – en zelfs elke niet-manifestatie – in het universum net zozeer dat geheel is als wat ik ‘ikzelf’ noem.

Om Aldous Huxley te citeren (denk aan een zeer deftig Brits accent): “That’s quite extraordinary.”

Visueel gezien was het eerste deel van de reis vooral een innerlijke ervaring geweest. Toen ik mijn ogen eindelijk opende om de buitenwereld te aanschouwen, voelde ik een oprechte verwondering voor de pure schoonheid en de vreemdheid van alle vormen en kleuren die voor mijn ogen dansten.

Het voelde alsof ik de wereld voor de allereerste keer zag.

Magische bomen met bladeren in talloze groentinten dansten in de wind en vormden voortdurend veranderende, Rorschach-achtige blauw-witte figuren tegen de licht bewolkte hemel.

Tergend langzaam draaide ik mijn hoofd naar rechts, waar dicht, donkergroen struikgewas welig uit de aarde oprees. Elk blad had zijn eigen, unieke kleurenpalet en kenmerken, en ik bleef me er stuk voor stuk over verwonderen.

Met diezelfde kinderlijke verwondering raakte ik enkele bladeren aan. Terwijl ik de scherpte van de bladpunten en de nerven op het oppervlak bewonderde, voelde het alsof ik voor het eerst de aanraking van struikgewas ervaarde.

Nog langzamer – terwijl ik elk spel van vormen en kleuren dat mijn blik kruiste in me opnam – draaide ik mijn hoofd naar links. Daar lag een klein grasveld met vrij uitzicht op een stukje hemel. Wolkenformaties gingen snel in elkaar over; sommige waren donkerder dan andere. Windstoten gierden rond de wolkenformaties en op een gegeven moment leken ze zelf te huilen terwijl de wind van vorm veranderde. Beeld en geluid smolten samen; het was onmogelijk om het een van het ander te onderscheiden.

Toen drong plotseling een waarheid tot me door – een waarheid die niemand minder dan de maan ons elke nacht toont:

Alles verandert voortdurend van vorm, maar uiteindelijk verandert alles weer terug in zichzelf.

Hoe vaak ben ik niet een wolk geweest? Hoe vaak was ik niet potgrond, een kolibrie, een boomtak, een wezel, een lantaarnpaal, een vlieg, een paddenstoel, een rots, een lawine, een kolenmijn, een waterval, een berg, een kiezelsteen, een tijger, een jurk, een zalm of een museum, voordat ik gestalte kreeg in deze huidige menselijke incarnatie genaamd ‘Erik’?

Conclusie

Net zoals diepe ontspanning van een massage voor een gestrest persoon een ijkpunt kan zijn om zich te herinneren hoe ontspanning werkelijk voelt, zo kan een verruimde bewustzijnstoestand door middel van psychedelica dienen als ijkpunt voor wie zich daar nog niet van bewust is. Een hulpmiddel om ons te helpen herinneren wie (of wat) we werkelijk zijn.

We leven tegelijkertijd in meerdere werkelijkheden. We praten onszelf aan dat de rollen die we spelen de absolute waarheid zijn. Totdat Einstein ten tonele verschijnt en glashelder maakt dat waarheid altijd afhangt van je standpunt.

Aangezien het fysiek onmogelijk is dat ik precies dezelfde ruimte inneem als jij, en mijn pad per definitie verschilt van het jouwe, verschillen onze waarnemingen van de waarheid per definitie. De enige manier waarop onze waarheden kunnen 'samenvallen', is door erover overeenstemming te bereiken. Daarom kunnen we ons gewone, dagelijkse bewustzijn ook wel het vlak van de conventionele werkelijkheid noemen.

Het vlak van de ultieme werkelijkheid weerspiegelt daarentegen een zijnstoestand waarin geen onderscheiden kunnen worden gemaakt; daarom valt het niet in woorden uit te drukken.[5] Dit is het vlak waarop we onszelf – door ervaring – herkennen in elke verschijningsvorm van de buitenwereld, en met name in andere mensen.[6] Men erkent (of herinnert zich, of beseft) dat alles in het universum in een staat van voortdurende verandering verkeert; de meest treffende voorbeelden daarvan zijn ons eigen lichaam en geest, die immers sneller veranderen dan het weer.

Zodra dat besef doorbreekt, voelt het alsof er een rugzak van duizenden kilo's van je schouders wordt genomen. Wanneer we eindelijk begrijpen dat wij de wereld zijn, verdwijnt de dwangmatige drang om – als een soort Atlas – die wereld op onze schouders te blijven dragen.

Bovendien maken harde oordelen en obsessieve pogingen om talloze ballen tegelijk in de lucht te houden plaats voor oprechte liefde en mededogen voor onszelf en alle anderen. Dat opent een geheel nieuw spectrum aan mogelijkheden voor hoe we ons leven kunnen leiden. En dat, vrienden, is het grootste geschenk van het geboren zijn in een menselijk lichaam.

Het ervaren van de ultieme waarheid – en dan vooral de ultieme waarheid over onszelf – is dan ook de diepste zucht van verlichting die een psychedelische reis te bieden heeft. Maar haast je niet. Wanneer je er klaar voor bent, zal het medicijn jou vinden.

Vrolijke ontdekkingsreis!
Erik


Notities & Referenties

[1] Timothy Leary, Ralph Metzner, Richard Alpert: The Psychedelic Experience (1964). Penguin Classics (2008), Londen, Engeland.

[2] Aldous Huxley: The Doors of Perception (1954). Random House (2004), VK.

[3] Beroemd citaat van Timothy Leary.

[4] Met name Vision 2: the Internal Flow of Archetypal Processes (ogen gesloten, externe prikkels genegeerd, intellectuele aspecten).

[5] Vandaar dat de allereerste regel van de Tao Te Ching luidt: "De Tao die in woorden kan worden uitgedrukt, is niet de ware Tao; de Naam die kan worden genoemd, is niet de ware Naam."

[6] Wanneer je diep in de ogen van een ander kijkt, wie zie je dan?

Erik Stout

Physio and Massage artist on a journey towards balance, compassion, love, magic, wisdom, and zest for life. Let's discover together on this magical journey :-)

https://jollyequilibrium.com
Next
Next

Wat Vrijheid Kost