Het Gekkengetal 11
Leestijd: 2 minuten
Het cijfer 11 heeft een diepe connectie met carnaval. Prins Carnaval wordt jaarlijks op 11-11 om 11:11:11 gekozen en de meest kenmerkende figuur voor carnaval in onze contreien is niemand minder dan de nar.
Sinds jaar en dag koester ik een warme affiniteit voor narren, zotten en jokers. Dat komt enerzijds door hun vaardigheid om mensen aan het lachen te krijgen en anderzijds doordat zij de wereld kunnen zien zoals die werkelijk is; twee kwaliteiten die ik hoog acht.
Narren zijn in de regel buitenbeentjes omdat veruit de meesten van ons de wereld niet zien zoals die is, maar slechts kunnen kijken door ons eigen referentiekader. Daardoor ontstaat onbalans en stress omdat wij daardoor gaan geloven in de maakbaarheid van de wereld zoals die volgens ons zou moeten zijn, maar die vaak haaks staat op de realiteit van alledag. Het gekkengetal (of narrengetal) 11 verwijst echter op een geheel eigen manier naar de wereld zoals die werkelijk is.[1]
In het Christendom is 10 het volmaakte getal (denk aan de tien geboden) en 12 het heilige getal (denk aan de twaalf apostelen). 11 wordt ongeluksgetal genoemd omdat het 10 als volmaakt getal ‘overtreedt’,[2] maar 11 wordt ook geluksgetal genoemd omdat het twee keer het getal 1 weergeeft wat symbool staat voor eendracht. Aangezien in ons logische wereldbeeld iets niet tegelijkertijd geluk èn ongeluk kan zijn, wordt 11 ook wel het gekke getal genoemd.
De onderliggende en op het eerste gezicht onzichtbare wijsheid is echter dat elke tegenstelling slechts kan bestaan door aanwezigheid van beide componenten. Want ondanks dat ons gezond verstand zegt dat geluk en ongeluk verschillende fenomenen zijn, is het idee van geluk volledig betekenisloos als we het niet kunnen vergelijken met iets wat wij als ongeluk kunnen beoordelen. Dat gegeven legt een onoverkomelijk feit van het leven bloot: namelijk dat voor de meesten van ons, geluk en ongeluk elkaar net zo onophoudelijk opvolgen als dag en nacht.
Het is duidelijk dat als we ons bewust willen zijn van geluk, we dat alleen kunnen bereiken door ons tegelijkertijd bewust te worden van ongeluk (of woede, angst, verdriet, etc.). Vandaar dat als we zeggen gelukkig te willen zijn, we tegelijkertijd zeggen dat we ongelukkig willen zijn. Logisch, toch?
Op deze manier kunnen we elke tegenstelling benaderen. Het woord licht is betekenisloos als wij niet weten wat donker is, of als we blind geboren zijn bijvoorbeeld.[3] Echter weet iedereen uit eigen ervaring dat het licht van overdag telkens weer overgaat in het donker van de nacht. Ze volgen elkaar onophoudelijk op en vanuit dat standpunt bezien vormen licht en donker een geheel, net als het witte en zwarte visje in het yinyang symbool.
Op zichzelf staand zijn worden als donker en licht betekenisloos. Ze krijgen pas betekenis door aanwezigheid van hun tegenovergestelde. Hier zien we meteen dat de twee componenten van elke tegenstelling tegelijkertijd ontstaan op het moment dat wij dingen en gebeurtenissen gaan benoemen en definiëren.
Geheel in de geest van de nar kan het getal 11, ten slotte, ook als verbindende factor worden gezien tussen het volmaakte getal 10 en heilige getal 12. De dubbele 1 geeft aan dat beide componenten van een tegenstelling even zwaar wegen en derhalve beide nodig zijn voor balans. Zowel volmaaktheid als heiligheid bestaan derhalve uit wit èn zwart, positief èn negatief, goed èn slecht. Zodra dàt wordt begrepen, is er geen angst meer voor wat dan ook.
Notities
[1] Het is een heerlijk toeval dat de woorden gekkengetal en narrengetal uit 11 letters bestaan.
[2] Op dezelfde manier is 13 een ongeluksgetal omdat het 12 als heilig getal ‘overtreedt’.
[3] Zo kunnen de woorden licht en donker betekenisloos zijn voor iemand die blind geboren is.