Leer Jezelf Kennen Middels Vijf Vragen
Traumaverwerking Zonder Oordeel, Analyse of Verklaring
Leestijd: 9 minuten
De beste manier om jezelf te leren kennen is de spotlight op jezelf te richten. Illustratie: CCD20
Inleiding
Met ‘jezelf leren kennen’ wordt bedoeld dat je bewust met je onderbewustzijn in contact gaat treden.
De behoefte hiertoe ontstaat vaak zodra we in de gaten krijgen dat onze - meestal automatische en onvrijwillige - reacties op vermeend gevaar of emotionele pijn, ons niet meer dienen. Met andere woorden, het gedrag wat we laten zien zodra er op onze knoppen wordt gedrukt brengt ons juist steeds vaker in conflict- en/of probleemsituaties.
We hebben het dan over emotioneel aangeleerde patronen: gedragspatronen die wij met name tijdens het opgroeien hebben aangeleerd als bescherming tegen gevaar of afleiding tegen emotionele pijn (soms ook fysieke pijn).
De beschermingsmechanismen staan bekend als vluchten of vechten. Deze mechanismen worden getriggerd zodra er op onze knoppen wordt gedrukt en ons brein veronderstelt dat er gevaar op de loer ligt. Dat zet de fysiologische stressreactie in gang die zorgt voor de benodigde alertheid en spierkracht om effectief te kunnen vluchten, vechten, of allebei.
Bij acuut levensbedreigend gevaar, bijvoorbeeld een soldaat die plotseling oog in oog met een vijand komt te staan, zorgt de stressreactie voor hyperalertheid en maakt het grote hoeveelheden energie vrij in het lichaam. Daarmee wordt razendsnel beoordeeld of er een vluchtweg is of niet, waarna de beschikbare energie naar de beenspieren gaat om te vluchten, of naar het bovenlichaam en de armen om te vechten.
In dergelijke situaties hebben wij van deze processen met de bijbehorende lichaamssensaties meestal geen bewust besef. Dat verandert echter radicaal zodra onze stressreactie wordt getriggerd zonder dat er acuut levensbedreigend gevaar aanwezig is, oftewel in emotioneel gevaarlijke situaties.
Met emotioneel gevaar worden gebeurtenissen bedoeld die geen direct levensgevaar opleveren, maar die traumatische herinneringen triggeren. Dat kan bijvoorbeeld een beeld, geur, geluid, gevoel, of smaak zijn wat ons brein doet herinneren aan een eerdere situatie waarin we wel degelijk in gevaar waren - zeker als zo’n situatie gedurende langere periode vaak is voorgekomen. Te denken valt dan aan fysiek, emotioneel en/of seksueel geweld, verwaarlozing, of ouders die fysiek en/of emotioneel niet beschikbaar waren voor hun kinderen. In dergelijke gevallen hebben we globaal bezien beschikking over vier beschermingsmechanismen: vechten, vluchten, bevriezen, en pleasen.
Deze beschermingsmechanismen krijgen allemaal de kans om effectief te ontwikkelen in een liefdevol en emotioneel stabiel huishouden. Een effectieve vechtreactie stelt ons in staat om assertief onze grenzen aan te geven en te beschermen. Bij een effectieve vluchtreactie trekken we ons terug wanneer confrontatie het gevaar juist zou vergroten. Effectief bevriezen houdt in dat we stoppen met worstelen wanneer verdere activiteit of weerstand zinloos of contraproductief is. En effectief pleasen stelt ons in staat om net zo effectief te luisteren, helpen en compromissen te sluiten, als onze eigen behoeften, grenzen en standpunten te uiten en verdedigen.
De meeste mensen echter hebben slechts beschikking over één (of hooguit twee) van de vier beschermingsmechanismen omdat emotionele stabiliteit binnen huishoudens nogal eens afwezig is. Een overontwikkeld beschermingsmechanisme gaat ten koste van (ontwikkeling van) de anderen. Dus wanneer een gebeurtenis een traumatische herinnering triggert, wat op onze knoppen drukt en de fysiologische stressreactie in gang zet, wordt ons overontwikkelde beschermingsmechanisme de automatische reactie.
Bovendien hebben overontwikkelde beschermingsmechanismen de neiging om door te slaan naar ongepast of extreem gedrag. Een overontwikkelde vechtreactie kan doorslaan naar narcistische stoornissen. Een overontwikkeld vluchtinstinct kan omslaan in obsessief, compulsief gedrag en perfectionisme. Bij een overontwikkelde bevriesreactie ligt dissociatie op de loer en bij een overontwikkelde please-reactie ontstaat vaak hechtingsproblematiek en codependentie.
Zodra vermeend gevaar op hun knoppen drukt, zullen vechters en pleasers op de voor hun bekende manier gaan proberen om anderen onder controle te krijgen. Vechters zullen in de regel gebruik maken van pesten, intimidatie, of ander fysiek en/of mentaal geweld om anderen te controleren. Pleasers, daarentegen, zullen er alles aan doen om het de ander ‘naar de zin te maken’, waarbij ze hun eigen grenzen en behoeften uit het oog verliezen.
Vluchters en bevriezers, daarentegen, zullen eerder anderen vermijden zodra vermeend gevaar op hun knoppen drukt. Vluchters proberen de situatie te controleren door de onveilige omgeving te manipuleren, veranderen, of verlaten, terwijl bevriezers neigen te ‘verdwijnen’ uit het lichaam (bijv. middels dagdromen).
Deze gedragingen, zeker wanneer men zich er niet van bewust is, zorgen vaak voor een giftige omgeving en hebben niet zelden invloed op het ontwikkelen van mentale en fysieke ziektebeelden.
De vier beschermingsmechanismen (met de klok mee): vechten, vluchten, pleasen, bevriezen.
In tegenstelling tot onze verdedigingsmechanismen, vinden we onze automatische afleidingsmechanismen (ook wel copingmechanismen genoemd) vaak terug in verslavingen, gewoonten en uitstelgedrag. Deze gedragingen zijn voornamelijk gericht op het verlichten van emotionele pijn.
Emotionele pijn ontstaat in de regel wanneer een bepaalde gedachte een traumatische herinnering triggert. In tegenstelling tot emotioneel gevaar wat meestal in onze externe wereld wordt waargenomen via de zintuigen, komt emotionele pijn van binnenuit. Bovendien gaat het vaak gepaard met gedachten van zelfverwijt, zelfmedelijden of zelfhaat.
Deze manifesteren zich allemaal in ons lichaam als lichaamssensaties die we als onaangenaam, ongewenst of oncomfortabel hebben bestempeld. Omdat emotionele pijn zich manifesteert als lichamelijk ongemak, zijn het precies die lichaamssensaties waarvan we onszelf willen afleiden (oftewel: ‘mediceren’).
Het is dan ook geen wonder dat gebruikelijke afleidingsgedragingen zoals bijvoorbeeld roken, alcohol, diverse drugs, gokken, sociale media, seks/pornografie, eten, of werk, zo aantrekkelijk voor ons zijn wanneer we emotionele pijn ervaren.[1] Ze geven onmiddellijke bevrediging door middel van lichaamssensaties die we als aangenaam en comfortabel hebben bestempeld. Maar dat helpt echter geenszins bij het verwerken van de traumatische herinnering wat aanleiding gaf tot ons afleidingsgedrag. Integendeel, telkens wanneer we onszelf afleiden van een ontstane emotionele pijn, zal de traumatische herinnering krachtiger terugkeren elke keer dat onze hersenen aan die specifieke traumatische herinnering worden herinnerd.
Mijn journals van 2017 tot en met 2023. Beeld: auteur.
De Methodiek
Beantwoord de vragen een paar uur of een dag nadat je in jouw bekende en automatische beschermings- of afleidingsmechanisme (coping) bent geschoten. De heftigheid van het moment is dan gezakt, wat je in staat stelt om met gezonde onthechting de vragen objectief (en zonder oordeel) te beantwoorden. Schrijf de antwoorden in je journal onder vermelding van de datum en plaats waar je het opschrijft.
Maak vervolgens ook tijd vrij om je notities terug te lezen, bijvoorbeeld door je laatste aantekeningen terug te lezen voordat je een nieuwe post schrijft. Want door je eigen gedachten, gevoelens, en gedrag tijdens en nadat er op je knoppen is gedrukt terug te lezen, ben je feitelijk jezelf aan het accepteren.
Tijdens het onderzoeken van emotioneel aangeleerde patronen is het belangrijk om weg te blijven van (ver)oordelen, verklaren en analyseren, wat functies zijn van onze cognitie (het vermogen tot logisch nadenken). Emotioneel aangeleerde patronen wil zeggen dat ze diep in ons lichaamsgeheugen verankerd zitten. Hoe hard we er ook over nadenken, hoeveel technieken, tactieken, of cognitieve methodieken we er ook op los laten; zolang de patronen niet op emotioneel niveau worden benaderd, wat wil zeggen: op gevoelsniveau, veranderen ze niet. Sterker nog, hoe harder we er vanaf proberen te komen middels bedachte ‘oplossingen’, hoe hardnekkiger ze lijken te worden.
Contact maken met onze emotioneel aangeleerde patronen, die zich bevinden in ons onderbewustzijn en daarmee onderdeel kunnen worden genoemd van onze schaduwzijde, doen we het meest effectief middels herkenning, erkenning, en omarming (acceptatie). Deze methode is erop gericht om zonder oordeel, verklaring of analyse te gaan herkennen:
wat voor mensen en/of omstandigheden traumatische herinneringen bij ons kunnen triggeren;
welke gedachte- en gedragspatronen daarbij zichtbaar worden;
waar we dat voelen in ons lichaam;
welke lichaamssensaties we daarbij voelen.
Het gaat dus puur om observatie.
Bovendien verwerk je op deze manier traumatische herinneringen zonder ze rechtstreeks onder ogen te hoeven zien.
Voer deze methode minimaal een maand uit voordat je beslist of je er al dan niet baat bij hebt.
De Vragen
Wat gebeurde er waardoor op mijn knoppen werd gedrukt?
Wat kwam er in mijn geest/gedachtewereld op?
a: Waar voelde ik de stressreactie in mijn lichaam?
b: Welke lichaamssensaties voelde ik daar?Wat was de onderliggende emotie?
Wat deed ik nadat er op mijn knoppen was gedrukt?
1. Wat gebeurde er waardoor op mijn knoppen werd gedrukt?
(Oftewel: Welke zintuiglijke waarneming (beeld, geluid, geur, etc.) of gedachte triggerde een traumatische herinnering wat op mijn knoppen drukte en mijn stressreactie triggerde?)
Er is een bepaalde volgorde waarin onze emotioneel aangeleerde patronen zichtbaar worden:
Gebeurtenis: ons brein pikt een bepaald beeld, geluid, geur, smaak, gevoel, of gedachte op.
Koppeling: ons brein koppelt de gebeurtenis aan een traumatische herinnering. Vaak is dat iets wat iemand zegt, doet, of draagt, maar het kan ook door bepaalde plekken of situaties worden getriggerd;
Startknop: ons brein drukt onze startknop in. Dat zet onze fysiologische stressreactie in gang als bescherming tegen gevaar of afleiding tegen emotionele pijn. Op zo’n moment worden we vaak overmand door: woede, angst, verdriet, walging, of extase;
Stressreactie: fysiologische reactie om het lichaam op te laden voor fysieke actie (fight or flight reactie);
Gedrag: het automatische en overontwikkelde beschermingsmechanisme (vechten, vluchten, bevriezen, of pleasen) of afleidingsmechanisme (verslavingen, gewoontes, uitstelgedrag) kickt in, wat zich uit in ons gedrag.
Wij zijn ons vaak niet (meer) bewust van de zintuiglijke informatie (beelden, geluiden, geuren etc.) of gedachten die ons brein koppelt aan traumatische herinneringen. Vandaar dat het nuttig is om te onderzoeken bij wie, op welke plekken, of in wat voor soort situaties, wij de neiging hebben om in onze emotioneel aangeleerde patronen te schieten. Zodra we daar inzicht in krijgen, kunnen we in de toekomst steeds betere keuzes maken wat voor soort mensen, plekken, en situaties gezond en voedend voor ons zijn, en welke we beter kunnen vermijden.
Je ziet meteen dat de informatie die je verkrijgt uit deze vraag de mogelijkheid tot patroondoorbreking in zich herbergt. Met weinig zelfkennis lopen we het risico om telkens maar weer mensen en omstandigheden op te zoeken die beschikken over precies die beelden, geluiden, geuren etc., die ons brein aan traumatische herinneringen koppelt. Door in het vervolg andere (soort) mensen, plekken en situaties uit te kiezen, bieden we onszelf de mogelijkheid om uit hetzelfde rondje te stappen wat we constant lopen; de herinnering houdt ons niet langer ‘gevangen’ in het dwangmatig terugkeren naar bekende, maar giftige omgevingen. Dat is een belangrijke stap op weg naar emotionele volwassenheid en heling.
Let echter wel op dat zodra wij een patroon bij onszelf ontdekken, dat niet wil zeggen dat we het daarmee meteen hebben doorbroken. Wel zullen wij ons er in de toekomst steeds sneller bewust van worden als we weer in het betreffende patroon zijn gedoken. Zodra we het patroon erkennen, omarmen we het in feite ook waardoor het trauma waaraan de herinnering is gekoppeld effectief wordt verwerkt. Daarmee wordt de periode dat we ‘gevangen’ worden gehouden door de traumatische herinnering steeds korter.
Illustratie: auteur.
2. Wat kwam er in mijn geest/gedachtewereld op?
(Woorden? Zinnen? Beelden? Kwade wensen jegens mezelf of anderen? Schrijf alles oprecht op, niks is goed of fout.)
Ook hier gaat het weer om pure observatie. Voor zover je het je kunt herinneren, schrijf op wat zich allemaal in je geest afspeelde tijdens het emotioneel aangeleerde patroon. Vermijd oordelen, verklaringen, en analyses; houd het bij de feiten.
Tijdens emotioneel aangeleerde patronen kunnen er destructieve fantasieën opkomen zoals de wens om iemand pijn te doen of te vermoorden. Volgens de bekende psychiater en psycholoog Carl Jung is dat geen probleem. Sterker nog, het is een volledig menselijke reactie op een ongewenste situatie die jij niet kunt controleren. Het is jouw manier om stoom af te blazen zonder in de problemen te komen, waarbij natuurlijk wel de realisatie geldt dat zulke fantasieën niet in daden moeten worden omgezet.
Er is niets in je geest waar jij je voor hoeft te schamen; geen enkele fantasie, woord, zin, of beeld. Schaam je je toch voor bepaalde gedachten, schrijf die dan juist op. Een van de beoogde resultaten van deze methodiek is om meer compassie voor jezelf te gaan ontwikkelen. Dat kun je onder andere bereiken door te erkennen en omarmen dat er gedachten zijn waar je je voor schaamt.
Zodra je zulke gedachten hebt opgeschreven kun je ze teruglezen. In plaats van ze daarna weg te drukken, kun je ze omarmen en besluiten om ze bewust lief te hebben. Daarmee creëer je een tijdelijk tegengif tegen het schamen en als je dat vaak genoeg doet, neemt de kracht van die schaamte steeds verder af.
Bovendien zal je zien dat bepaalde gedachten gekoppeld zijn aan bepaalde knoppen en dus aan bepaalde mensen en plekken. Je krijgt inzicht in je gedachtepatronen en het ontdekken van de compulsieve aard ervan kan zonder meer bevrijdend werken.
Wat gebeurde er allemaal in je geest nadat je knoppen waren ingedrukt? Illustratie: Pablochavesuy
3a. Waar voelde ik de stressreactie in mijn lichaam?
Ons lichaam is in een continue staat van verandering.[2] De voortdurende beweging en transformatie die in ons lichaam plaatsvinden kunnen wij voelen als lichaamssensaties.[3] In de regel merken wij daar echter weinig tot niets van omdat wij hebben geleerd om onze aandacht vooral buiten onszelf te richten. Daarmee hebben we ook geleerd om alle subtiele signalen die het lichaam afgeeft dat wij onze grenzen aan het overschrijden zijn, te negeren. Pas wanneer hevige fysieke pijn of ernstige ziektebeelden zich manifesteren, richten we de aandacht op het eigen lichaam. Vaak is het dan al te laat om blijvende schade te voorkomen.
Door zonder oordeel te gaan onderzoeken waar in ons lichaam een stressreactie gevoeld kan worden, kunnen we op een liefdevolle manier het contact ermee gaan herstellen. Dat helpt om sneller de subtiele signalen te voelen die ons lichaam afgeeft waardoor we onze koers kunnen bijstellen, omdat we nu weten dat we onszelf aan het overvragen zijn.
Bovendien helpt het lokaliseren van de stressreactie in jouw lichaam om onderscheid te gaan maken tussen verschillende emoties. Zoals reeds gesteld zijn wij ons vaak niet meer bewust van welke zintuiglijke informatie ons brein koppelt aan traumatische herinneringen. Het kan dus gebeuren dat je opeens in een beschermingsreactie of afleidingsgedrag schiet zonder te begrijpen waardoor dat komt.
Door te onderzoeken waar in het lichaam de stressreactie wordt gevoeld, gaan we ontdekken dat verschillende emoties zich vaak op verschillende locaties manifesteren. Onderscheid kunnen maken of we in een uitbarsting van woede of verdriet schieten, kan behulpzaam zijn in herkennen welke gebeurtenis er plaatsvond waardoor we uiteindelijk in een stressreactie en emotioneel aangeleerd patroon belandden.
Schrijf dus nadat je in een emotioneel aangeleerd patroon schoot altijd op waar in je lichaam dat duidelijk te voelen was.[4] Daarmee krijg je steeds duidelijker in kaart welke mensen, plekken en situaties, op jouw woede-, angst-, verdriet-, walging- of extaseknoppen kunnen drukken.
3b. Welke lichaamssensaties voelde ik daar?
Fysiologische aanpassingen tijdens een stressreactie die meestal wel goed zijn te voelen, zijn het sneller en harder kloppen van ons hart, snellere adembewegingen en het aanspannen van onze houdings- en bewegingspieren. Dat kan soms aanvoelen als hartkloppingen, hyperventilatie, spierpijnen of spierverkrampingen.
Is het echter onduidelijk dat onze startknop is ingedrukt, dan kan angst ontstaan dat er iets mis is met ons hart of longen – een angst die vergroot kan worden als medisch onderzoek uitwijst dat er ‘niets mis mee is’. Inzicht verkrijgen in het feit dat een stressreactie de symptomen veroorzaakt kan dan, paradoxaal genoeg, kalmerend werken; want je kent dan in elk geval de oorzaak.
Welke duidelijk voelbare lichaamssensaties er optreden na een stressreactie is voor iedereen anders, maar in veruit de meeste gevallen wordt de stressreactie ergens in onze romp of hoofd gevoeld. Dat kan variëren van pijn en verkrampingen in het bekkengebied, maag- of darmkrampen, een steen in de maag, door de rug gaan, strakke band om de buik, druk op de borst, heftige en snelle hartslag (kan aanvoelen als hartkloppingen), het gevoel dat iemand onze maag via de slokdarm en mond naar buiten trekt, moeite met slikken, misselijk- en/of duizeligheid, hoofdpijn of migraine, tot moeite met ademen (kan aanvoelen als hyperventilatie), om er maar een paar te noemen. Uniek voor ieder individu is echter de combinatie van lichaamssensaties en plaatsen in het lichaam waar de stressreactie gevoeld kan worden.
Andere woorden waarmee lichaamssensaties kunnen worden aangeduid vind je onder punt [3].
Waar in het lichaam wordt de stressreactie gevoeld? Illustratie: GDJ
4. Wat was de onderliggende emotie?
(Een van de basisemoties: woede, angst, verdriet, walging, of extase)
Onder nagenoeg alle woorden die wij gebruiken om een gemoedstoestand uit te drukken ligt een van deze basisemoties, waarbij kan worden opgemerkt dat woede een zogenaamde secundaire emotie is omdat daaronder altijd angst als primaire emotie te vinden is. Allen hebben echter hun eigen knop die kan worden ingedrukt met de onvermijdelijke fysiologische stressreactie tot gevolg, in combinatie met een eigen, unieke set voelbare lichaamssensaties.
Als jouw onderzoek bijvoorbeeld uitwijst dat je bij een woede-uitbarsting hartkloppingen lijkt te voelen, een strakke band om je borst wordt getrokken, en je gezicht verhard tot een strak masker, dan zal je gaan merken dat die lichaamssensaties zich herhalen telkens wanneer er op je woede-knoppen wordt gedrukt.
Het is bijzonder inzichtelijk om te leren waar de basisemoties zich in jouw lijf uiten, zeker wanneer het onduidelijk is welke gebeurtenis een traumatische herinnering triggerde en op je knoppen drukte. Zodra je voelt dat je heel boos bent en je voelt de lichaamssensaties die horen bij woede, weet je dat er op je knoppen is gedrukt. Met die kennis kun je gaan terugkijken en jezelf de vraag stellen: Welke gebeurtenis (wie of wat) triggerde een traumatische herinnering die op mijn knoppen drukte? Daarmee kun je dan de eerste vraag van deze methodiek gaan beantwoorden, wat het inzicht in jouw onderbewustzijn navenant vergroot.
Welke van de basisemoties ligt ten grondslag aan de stressreactie? Beeld brandknop: Mariakray. Edit emoticons: auteur.
5. Wat deed ik nadat er op mijn knoppen was gedrukt?
(Omschrijf je gedrag)
Ging ik vol de confrontatie aan (bijvoorbeeld met iemand anders, een instantie, dingen kapot maken, etc.)?
Schoot ik in obsessief schoonmaken of opruimen; of ging ik op een andere manier mijn materiële omgeving proberen excessief te controleren?
Maakte ik een harde scheiding tussen mijn lichaam en geest om maar geen pijn te hoeven ervaren?
Schoot ik in extreem please-gedrag?
Ging ik afleiding zoeken (middels een sigaretje, borrel, sociale media, seks, werk, gokken etc.)?
Ander gedrag, namelijk: …
De belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van emotioneel aangeleerde patronen is te vinden in de lichaamssensaties die horen bij een stressreactie. Die worden door veruit de meeste mensen als een bepaalde vorm van emotionele pijn ervaren. Aangezien wij pijn in de regel slecht kunnen verdragen, is het goed mogelijk dat wij in onze automatisch aangeleerde beschermings- of afleidingsmechanismen schieten.
Welk gedrag we dan ook vertonen, het gebeurt niet zelden dat we ons voor dat gedrag schamen. Dat is zeker het geval wanneer wij het gevoel hebben geen controle te hebben over dat gedrag; we denken dat het ons overkomt. Maar ook hier geldt weer dat er veel te leren en veel te winnen valt door onszelf te observeren.
Door objectief en zonder oordeel op te schrijven wat we deden nadat er op onze startknop was gedrukt, kunnen we onze onbewuste en onvrijwillige gedragspatronen in kaart krijgen. Ook hier kan het ontdekken van de compulsieve aard ervan bevrijdend werken, want opschrijven betekent erkennen en beginnen met omarmen van dat compulsieve gedrag, oftewel: het accepteren van jezelf.
Beeld: geralt
Samengevat ligt in deze vragen de kracht opgesloten om jouw onderbewustzijn op een compassievolle manier te leren kennen. Het gaat erom dat je als het ware je eigen gedachten, gevoelens en gedrag van buitenaf observeert en slechts feitelijk opschrijft wat er gebeurde. Nogmaals, en ik kan er niet genoeg nadruk op leggen: probeer niet te oordelen, analyseren, of verklaren.
Oordelen hebben sowieso weinig nut bij zelfonderzoek en verklaringen komen vanzelf als je deze methodiek lang genoeg volhoudt – ik zou zeggen minimaal een half jaar.[5]
Begin je hier echter mee en merk je dat deze methodiek alleen maar weerstand oplevert, voel je dan vrij om ermee te stoppen en te zoeken naar een manier die beter bij jou past.
Voor vragen en opmerkingen kun je een bericht achterlaten onder dit artikel, of neem contact op via het contactformulier. Veel plezier en succes met onderzoeken.
Vrolijke groetjes,
Erik
[1] De biologie, psychologie, en sociologie van verslavingsgedrag wordt prachtig door dr. Gabor Maté beschreven in zijn boek In the Realm Of Hungry Ghosts (NL: Hongerige Geesten).
[2] Deze veranderingen manifesteren zich als beweging en transformatie. Ons hart klopt continu, er beweegt een continue stroom bloed, lymfevocht, en lucht door ons lichaam en ook onze stofwisseling zorgt voor veel beweging. Daarnaast worden veel stoffen omgezet in andere stoffen, zoals bijvoorbeeld zuurstof in kooldioxide en voedsel in voedingsstoffen en vitaminen.
[3] Voorbeeld-woorden waarmee lichaamssensaties kunnen worden omschreven zijn: Heet, Warm, Koud, Koel, Zwaar, Licht, Hard, Zacht, Jeuk, Kriebels, Tintels, Trillingen, Kloppingen, Boringen, Verkrampingen, Spanningen, Ontspanning, Uitdoven, Stromen, Steken, Verdovingen, Druk, Pijn, Pulsen, Golven, Rek, Misselijk, Duizelig, Droge Mond, Zweet.
[4] Hoofd, Gezicht, Hals, Armen, Handen, Borst, Buik, Onderbuik & Bekken, Nek, Rug, Onderrug, Billen & Heupen, Benen, Voeten.
[5] Ik gebruik de methodiek inmiddels bijna negen jaar.